Zwaard-en-beukelaar na I.33
door Gregal Vissers
Manuscript I.33, ook wel het Tower Fechtbuch genoemd wordt, is het vroegst bekende manuscript waarin vechttechnieken beschreven worden. I.33 is het enige manuscript dat volledig gewijd is aan de beschrijving van zwaard-en-beukelaartechnieken, maar ook in latere manuscripten zijn het zwaard en de beukelaar terug te vinden. In vrijwel geen enkele daarvan wordt het systeem echter zo ver uitgewerkt als in I.33 gedaan wordt en dat is niet het enige verschil. In dit artikel zal een vergelijking getrokken worden tussen de technieken zoals beschreven in het Tower Fechtbuch en in vijftiende-eeuwse bronnen.
_________________________________________________________________________________
Fig. 1 - Talhoffer fechtbuch folio 117r
De latere manuscripten
De eerste beschrijvingen van technieken met zwaard en beukelaar(na het manuscript I.33) worden toegeschreven aan Andre Lignitzer. Hij heeft zelf geen manuscript nagelaten, maar zijn zes “stukken” komen in verscheidene bronnen terug(soms slechts gedeeltelijk, zoals in het geval van het manuscript van Jude Lew). Hoewel Lignitzer niet altijd bij naam genoemd wordt, zoals bijvoorbeeld in de manuscripten van Sigmund Ringeck en (wederom) Jude Lew, blijkt uit de formuleringen dat het wel degelijk om dezelfde stukken gaat als beschreven in bijvoorbeeld het manuscript van Peter von Danzig..
In tegenstelling tot Lignitzer hebben Hans Talhoffer en Paulus Kal wel een eigen manuscript nagelaten. Van Talhoffer’s fechtbuch hebben verscheidene uitgaven de tand des tijds overleefd en van het manuscript van Kal zijn eveneens meerdere versies bewaard gebleven. Beide manuscripten zijn voorzien van illustraties. Deze verschaffen bepaalde voordelen, zoals bijvoorbeeld het kunnen afleiden van de algemene lichaamshouding. De beschrijvingen van Talhoffer en Kal zijn dan weer summierder dan die van Lignitzer, waardoor de beschreven technieken meer interpretatie behoeven.
Fig. 2 - Kal manuscript folio 53r
Zwaard-en-beukelaartechnieken zijn ook nog in latere manuscripten beschreven (zie ook referenties in Clements (2002)). Clements beweert in zijn artikel overigens incorrect dat er geen beschrijvingen van zwaard-en-beukelaartechnieken zouden staan in het manuscript van Paulus Hector Mair: in ieder geval één versie van het manuscript bevat namelijk wel veertig pagina’s met afbeeldingen en uitgebreide tekst over zwaard-en-beukelaarsequenties. Andere beschrijvingen van rond die tijd zijn nog te vinden in bijvoorbeeld de manuscripten van Antonio Manciolino en Achille Marozzo, maar daarin lijken de invloeden van de Renaissance duidelijker aanwezig dan in de vijftiende-eeuwse manuscripten of bij Paulus Hector Mair.
I.33 in vergelijking met de vijftiende-eeuwse manuscripten
Wat zijn nu de grote verschillen tussen I.33 en de latere, vijftiende-eeuwse manuscripten van Lignitzer, Talhoffer en Kal? Zoals Schmidt (2008) al stelt, zijn dat er hoofdzakelijk drie: de doelstelling lijkt veranderd, zwaard en beukelaar worden (gemakkelijker) gescheiden (gehouden) en de lichaamshouding is anders.
Fig. 3 - Tower Fechtbuch 1.33 folio 10r
Dat laatste kan niet direct uit tekst (en dus ook niet uit de stukken van Lignitzer) opgemaakt worden, maar is wel een van de makkelijkst te herkennen verschillen wanneer het manuscript afbeeldingen bevat, zoals het geval is voor de fechtbücher van Talhoffer(Fig. 1) en Kal(Fig. 2). In vergelijking met een afbeelding uit I.33(Fig. 3) is het gelijk duidelijk dat de lichaamshouding veel minder voorovergebogen is – eigenlijk staat men zelfs volledig rechtop. Een gevolg hiervan is dat de benen een gemakkelijker bereikbaar doelwit worden, wat in de beschrijvingen van de technieken door Lignitzer, Talhoffer en Kal ook terugkomt, terwijl directe aanvallen naar het onderlichaam nauwelijks in I.33 voorkomen. Enerzijds zou een verbeterde bepantsering van het (onder)lichaam een reden kunnen zijn om een rechtere lichaamshouding toe te laten, maar dit blijkt niet direct uit de manuscripten. Anderzijds stammen deze beschrijvingen van rond de bloeiperiode van de ‘Duitse school’ met grote invloeden van Johannes Liechtenauer, die tot een veranderde kijk op de krijgskunsten leidden. De Duitse school zou ook een oorzaak kunnen zijn voor de veranderde lichaamshouding
Een ander belangrijk verschil is, vanuit technisch oogpunt, het scheiden van zwaard en beukelaar op momenten dat de tegenstander (nog) niet geïmmobiliseerd is, wat absoluut uit den boze is in I.33, maar geregeld gebeurt in de vijftiende-eeuwse manuscripten, zoals Fig. 1 en 2 ook tonen. De voorwaarde dat, indien de tegenstander nog vrij is te bewegen, de zwaardarm beschermd wordt door de beukelaar, lijkt in de grofweg 150 jaar sinds I.33 te zijn verdwenen. De beukelaar wordt in de latere manuscripten veel meer gebruikt om lijnen af te dekken of daadwerkelijk het zwaard van de tegenstander te onderscheppen. Ook wordt hij daarnaast veel vaker expliciet offensief ingezet. Typisch is wel dat bijvoorbeeld Talhoffer adviseert voor de zwaardarm te gaan wanneer dat mogelijk is, maar zelf niet altijd een strikte bescherming van de zwaardarm door de beukelaar vereist.
Tenslotte blijkt uit het verloop van opeenvolgende technieken dat ook het doel anders is dan in I.33. Waar in I.33 de eerste stap altijd het aanbinden van het zwaard van de tegenstander is (even afgezien van de situaties waarin er een directe opening is), wordt in de vijftiende-eeuwse manuscripten gezocht naar een manier om de tegenstander in een zodanige positie te dwingen dat er een opening gecreëerd wordt. Het doel is daarmee verschoven van het onder controle hebben van het zwaard van de tegenstander, naar het onder controle hebben van de bewegingen van de tegenstander.
Samenvattend
De voorgenoemde verschillen zijn essentieel en de vijftiende-eeuwse manuscripten beschrijven dan ook een ander systeem dan in I.33 neergetekend is. De beknoptheid van de beschrijvingen maakt het echter moeilijker om er een volledig systeem uit te destilleren. Het is bovendien moeilijk te bepalen of ene systeem beter of efficiënter is dan het andere. Echter, juist door die eerdergenoemde beknoptheid is dat laatste misschien ook niet een geheel eerlijke vraag: het Tower Fechtbuch levert een compleet systeem in beeld en tekst, terwijl er voor de vijftiende-eeuwse manuscripten veel interpretatie nodig is (vooral bij Talhoffer en Kal). Dat heeft het nadeel dat er minder objectief een systeem uit gereconstrueerd kan worden en de hedendaagse interpretatie hoeft niet per definitie goed in de buurt te komen van de oorspronkelijke ideeën die Lignitzer, Talhoffer en Kal ervan hadden.
Bronvermelding:
Hedendaags
- Clements, John. The Sword & Buckler Tradition. http://www.thearma.com/essays/SwordandBuckler.htm, 2002.
- Schmidt, Herbert. Schwertkampf. Band 2. Wieland Verlag GmbH, 2008.
Manuscripten
- Danzig, Peter von. Cod. 44 A 8. Biblioteca dell’Accademia Nazionale dei Lincei e Corsinina, Rome.
- Kal, Paulus. Cgm 1507. Bayerische Staatsbibliothek, München.
- Lew, Jude. Cod. I.6.4°.3. Universitätsbibliothek, Augsburg.
- Mair, Paulus Hector. Cod.icon. 393. Bayerische Staatsbibliothek, München.
- Ringeck, Sigmund. Msc. Dresd. C487. Sächsischen Landesbibliothek, Dresden.
- Talhoffer, Hans. Cod.icon. 394a. Bayerische Staatsbibliothek, München.
Van de meeste bovengenoemde (en meer!) manuscripten is een transcriptie te vinden op (of via): http://www.hammaborg.de/en/transkriptionen/start.php Voor sommige is ook een vertaling naar modern Duits beschikbaar.
_________________________________________________________________________________
|